Geschiedenis
Fantastische reünie (3) Sponsoring Autocross Papillon Sticker 'Voor al uw hartige hapjes' Bijenkorf

Gezien de ontwikkelingen van het afgelopen weekeind gaan wij de komende weekeinden met vrees tegemoet. Wij vragen ons af of al datgene wat zich afgespeeld heeft en wat er nog af gaat spelen wel ten gunste komt van het oplossen van de problemen en als dit wel de juiste weg is? Wij ontkennen dit ten zeerste. Wij als horeca-ondernemers hebben de moeilijkheden aan zien komen en wij hebben dit ook medegedeeld aan de desbetreffende instanties. Wij verafschuwen het gebruik van geweld. Want geweld lokt geweld uit. Het vechten tegen de bierkaai is onzes inziens onjuist behandeld. Mede doordat deze door toedoen van bepaalde voorvallen in een stroomversnelling is gebracht heeft men een te abrupte beslissing genomen. Men heeft totaal niet gereageerd op onze voorstellen tot het opschorten van het raadsbesluit.

Men had ook met ons in overleg kunnen treden omtrent de voorstellen die door ons zijn gedaan. Waaronder het wijzigen van de verkeerssituatie tijdens de weekeinden, het instellen van een systeem waarbij men ons namen zou kunnen verstrekken van personages die zich niet aan de algemene regels kunnen houden. Opdat wij deze figuren zouden kunnen weren.

Ook aan de handtekeningenactie die door onze klanten is gehouden waarin gevraagd werd wat de barbezoekers na half één zouden kunnen gaan doen is geen aandacht geschonken. Deze handtekeningenactie was georganiseerd door goedwillende barbezoekers. Of het feit dat de bars bijvoorbeeld na half één geen mensen meer toe zouden gaan laten. Trouwens de meeste moeilijkheden vonden plaats voor twaalf uur. Maar wat er zich nu afspeelt leidt alleen maar tot verergering van de problemen en het beperkt de leefbaarheid van Hardenberg voor alle partijen.

Laat ons a.u.b. om de tafel gaan zitten om zodoende de moeilijkheden op te lossen en niet om ze op te lossen met de gummilat. Ik hoop dat men aandacht aan dit schrijven wil schenken.
Hoogachtend,
K.Meerlo
Bedrijfsleider Papillon.

SJAALHet was zaterdagavond omstreeks middernacht in het Oosteinde bijna net zo druk met autoverkeer als op koopavond. Maar met dien verstande dat de inzittenden merendeels uit jongeren bestonden die, soms met spandoeken, proberen te ageren tegen de vervroegde sluiting van de bars. Even na elf uur was het al wat drukker geworden omdat een aantal van de barbezoekers de laatste trein moesten halen. Ook dit ging gepaard met het nodige (?) lawaai. De spanning in het centrum steeg met de minuut, mede veroorzaakt door het grote aantal belangstellenden dat is afgekomen op de verwachtingen dat het deze avond wel eens zou kunnen gaan spannen. Een verwachting die niet hoog gespannen genoeg kan zijn, want ruim anderhalf uur later groeit de chaos naar het hoogtepunt. In Hardenberg breekt op dat moment een ware veldslag los.

Het is 00.30 uur, het ‘uur U’ voor de bars in het centrum. Aan het Oosteinde drommen honderden jongeren de straat op. Op het kruispunt met de Adm.Helfrichstraat blijven ze staan, joelend en schreeuwend. Politie laat zich nog niet zien, het zou te provocerend werken. Dan, als in een flits, schiet er ineens een arm uit de menigte omhoog en sneuvelt boven de winkels een eerste ruit. Dit is het sein waar de meute op heeft gewacht. Bij de politie komen nu zulke alarmerende berichten binnen dat de wagens, die elders stand-by stonden, naar het Oosteinde stuiven. Als een horde dolgeslagen dieren stuift de menigte uiteen, een veilig heenkomen zoekend voor de zwaaiende gummiknuppels die soepel worden gehanteerd. Niettemin sneuvelt er tegelijk een grote spiegelruit van een winkel, worden er donderslagen afgestoken en stenen gegooid. In korte tijd is het Oosteinde schoongeveegd maar menige jongen heeft van zeer nabij het asfalt of de straatklinkers gezien, kronkelend over het wegdek met een dreigende gummilat boven het hoofd.

div._005Van harte gegund.
Het is al één uur geweest als de burgemeester met de korpschef van politie en enkele andere politiemannen in het Oosteinde verschijnen. De straat is bijna uitgestorven en slechts één eenzame jongeman slentert het centrum uit maar wordt nog door een met de gummilat zwaaiende politiechef gemaand zich te verwijderen. Even later zal bij de burgemeester ook een ruit worden ingegooid, maar als hoofd van politie bevindt deze zich op dat moment in de omgeving van de Markt waarheen de onrust is verplaatst. Ook daar gaat het er hard aan toe en wordt de lange lat duchtig gebruikt tegen al te provocerende jongeren, maar ook tegen op sensatie beluste ouderen die een goed heenkomen moeten zoeken.

Hier gaat ook een politieauto op zijn kant, andere wagens van de politie worden door rondvliegende stenen beschadigd. Ook aan de Markt en aan de Marktstraat sneuvelen ruiten. Om kwart voor twee moet de politie versterking inroepen omdat er anders ruiten aan de lopende band zullen sneuvelen. Regelmatig worden niet alleen klappen uitgedeeld, maar zijn er ook achtervolgingen door straten, stegen en brandgangen. Korpschef Van Brakel , inspecteur Gaasenbeek en nog enkele mannen rennen door een straatje naar het Oosteinde een stel jongelui achterna. Op de kruising met de Stationsstraat gaat er een tegen de vlakte en jammert het uit. Het is een sinister gezicht dit allemaal zo vlakbij te moeten volgen. Dan wordt ook het verkeer geweerd uit de straten. Politiemannen zetten de straat af, het verkeer wordt omgeleid. Het is pas tegen drie uur als alles schoon is en kunnen de bewoners de schade opnemen. Geschrokken komen ze naar buiten en zien ze de scherven liggen. Buren schieten te hulp om te helpen, want maandag moeten de zaken weer open.

Het glas moet er uit, planken er voor. Hun werk wordt gadegeslagen door een aantal barhouders die uit hun horecagelegenheid zijn gekomen. Grinnikend worden opmerkingen gemaakt over de toch pijnlijke situatie. “t Is je van harte gegund…” durft een van hen nog tegen een winkelier te zeggen. Een opmerking die niet in dank wordt afgenomen, temeer daar het een van de leidende horecafiguren is die dit zegt.

Rustdag
Ook bij de politie zijn de verwachtingen voor de zondagavond pessimistisch. ‘Reken er maar op dat het vanavond weer bal wordt’, zegt één van hen.
Auto’s rijden in file door de stad, bij de dichtgetimmerde winkels wordt vaart geminderd. “Je zou verdorie vermakelijkheidsbelasting gaan heffen” zegt een cynische bewoner. Met spanning wordt de avond tegemoet gezien. Het lijkt er op dat de pessimisten gelijk krijgen.

Om kwart voor tien gaat de eerste steen van deze avond al door een ruit, vermoedelijk gegooid vanuit een brandgang zodat de daders onzichtbaar blijven. De politie komt tevergeefs en kan, gelijk de eigenaar van de winkel, slechts constateren dat de ruit aan diggelen ligt. Om half elf doet de politie die avond de eerste aanhouding, tien minuten later de volgende. Er wordt zeer tactisch opgetreden en hiermee waarschijnlijk voorkomen dat de toestand van zaterdag wordt herhaald. Als het sluitingsuur voor de bars nadert gaan de jongeren naar huis. Zonder verdere incidenten verloopt de nacht van zondag op maandag en kunnen de bewoners toch nog in alle rust slapen. Hoewel uiteraard de spanning en psychische druk blijft, die wordt niet zomaar weggevaagd.