Geschiedenis
Back-Home_012 Proatkoele img20190828_18380588

De tijden zijn niet zodanig veranderd dat er iets nieuws verwacht kan worden. Dat was een van de conclusies van burgemeester mr. L. van Splunder in zijn antwoord op de reacties van de verschillende partijen in de raad bij de behandeling van de nota inzake het horecasluitingsuur. Geen van de politieke partijen, met uitzondering van de VVD, zag het zitten om dat sluitingsuur van 00.30 uur te veranderen. ‘Het is mij overigens opgevallen dat niemand heeft gepleit voor meer vrijheid van de horecaondernemers om zelf dat sluitingsuur te bepalen. Gelukkig niet’. De heer Van Splunder zette uiteen dat de verantwoordelijkheid niet af te wentelen is op de schouders van het bedrijfsleven. ‘Ik zou het schitterend vinden als we zo met elkaar konden leven dat iedereen in volle vrijheid zou kunnen genieten. Maar het kan nu eenmaal niet. Het was een jarenlange overlast en terreur, maar het is en was niet te zien of het nu wel of geen mensen waren uit Hardenberg.

Natuurlijk, de politie kent er wel enkelen. Tien jaar lang hebben we een liberaal beleid gevoerd met een sluitingstijd van 02.00 uur en een royale ontheffingsmogelijkheid. Maar veronderstel dat we terugkeren naar de oude situatie. Als het uit de hand loopt moeten we weer optreden en moeten we terug-naar-af.  Je zult maar politieman wezen om met zo’n beleid de straat weer op te moeten’.

De burgemeester ging ook nog in op de vragen van de raadsleden. Voor wat betreft de geluidsbegrenzers zei hij, dat dit via de wetgeving ingevoerd moet worden. Er zijn inderdaad enkele bedrijven waar ze nog niet zijn aangebracht en er is nu een modelverordering in ontwerp om de voorwaarden voor een muziekvergunning aan te passen. Een selectief beleid zag de burgemeester niet zitten, ondanks enkele vragen uit de raad.

‘Ik vecht tegen een beleid van willekeur’. Van Splunder betreurde, met Zuidema (PvdA), het dat de overleggroep geen betere taakstelling heeft gekregen. ‘In die groep werd telkens gevraagd naar verruimingsmogelijkheden voor de sluitingstijden en om gesprekken met de burgemeester of de raad. Maar nooit is er een enkel initiatief uit die groep gekomen. Het zou misschien beter zijn als deze groep geherstructureerd zou worden met mensen uit bredere lagen van de bevolking’.
In tweede termijn kwamen nog enkele sprekers terug op het onderwerp. Buiteman (VVD) pleitte voor een enquête onder de horeca-ondernemers. Hij zou graag weten wat zij nu eigenlijk willen.

Zuidema zag een enquête niet zo zitten. ‘Het werken daarmee is niets, een handige prater kan daar alle kanten mee op. Maar ik pleit voor een selectief beleid, zeker waar woon- en uitgaansfunctie met elkaar in botsing komen. Er moet ook een duidelijk signaal naar de overleggroep gaan vanuit de gemeenteraad. Ik blijf wel pleiten voor een andere aanpak maar sta voorlopig nog wel achter het collegestandpunt’.

CDA-woordvoerder Hamhuis vond de zaak feitelijk niet zo urgent en zag liever dat het door de nieuwe gemeenteraad na 8 september behandeld zou worden. ‘Maar de overheid moet het ontmoedigingsbeleid van het alcoholgebruik toch ook stimuleren’. De burgemeester zag niets in de enquête zoals Buiteman die voorstelde. ‘Sinds 1979 hebben de mensen tijd genoeg gehad om initiatieven te nemen. Wel ben ik bereid om in de commissie Algemene Zaken me te buigen over het signaal naar de werkgroep en de rechtsgelijkheid. Maar ze moeten niet bij voorbaat gaan hameren op een sluitingstijd van twee uur. En ik zal geen initiatief nemen voor een werkgroep nieuwe stijl.’ Zuidema trok de slotconclusie en toonde zich zeer tevreden. ‘Het is een nieuw spoor dat we zijn opgegaan.’