De horeca in de gemeente Hardenberg kijkt met spanning uit naar de raadsvergadering van morgenavond. Dan komt het voorstel in de raad om het sluitingsuur van de bars te vervroegen. Inplaats van 2 uur moeten de gasten dan al om 12 uur de deur uit. Zoals gemeld heeft de horeca hiertegen geprotesteerd en voorgesteld om nog geen beslissing te nemen, maar een commissie te vormen om tot een redelijker oplossing te komen.
Wat is er allemaal gebeurd dat b. en w. nu plotseling met het voorstel tot een vervroeging van het sluitingsuur zijn gekomen? Anderhalf jaar geleden begonnen er weer klachten te komen over jeugdige barbezoekers die zich met name in het Oosteinde en de Stationsstraat te Hardenberg baldadig en vernielzuchtig gedroegen. Jongeren die uit Westerhaar en Vroomshoop kwamen zetten dit in de trein voort. Een jaar geleden kwamen er uit Bergentheim heftige reacties op de plannen van een horeca-ondernemer daar een bar te vestigen.
Enkele raadslieden lieten hun verontrusting in de raad en de commissievergadering blijken. In die discussie werd gesproken van een barprobleem. Intussen was ook de gemeentelijke dranknota ‘Vechten tegen de bierkaai?’ verschenen. Als er in de commissies een vroeger sluitingsuur aan de orde kwam heeft de burgemeester L.A. van Splunder er steeds op gewezen dat dit geen oplossing zou zijn. Hij zei dan dat men de sluiting beter vrij kon laten.
Als er goed genotuleerd is moet dit in de notulen terug te vinden zijn. In ieder geval heeft de krant er wel melding van gemaakt. In de dranknota zelf werd een reeks van vrijblijvende suggesties gedaan om problemen aan te pakken. Zijdelings kwam daarbij ook een vervroegd sluitingsuur naar voren als een soort ontmoedigingsbeleid. In de nota wordt er wel op gewezen, dat het korter open zijn er waarschijnlijk niet toe zal bijdragen dat er minder gedronken wordt en dat het niet ondenkbaar is, dat er in de korte tijd meer gedronken wordt.
In de nota staat ook dat strafrechtelijk optreden tegen ordeverstoorders op de openbare weg een moeizame zaak is. ‘Optreden lokt gemakkelijk relletjes uit, terwijl men geen visitekaartje pleegt na te laten of in het zicht van de politie de gewraakte handelingen pleegt’. En verder:’Onzes inziens is een preventieve aanpak het meest aangewezen. Het is duidelijk dat maatregelen van het gemeentebestuur en de politie hooguit voor een deel effect kunnen sorteren. De sleutel van de oplossing ligt veeleer bij de mentaliteitsverandering, waarbij het thuisfront de hoofdrol speelt’. ‘Het is duidelijk dat de controle op hetgeen zich in de inrichtingen afspeelt niet zodanig kan zijn dat het plegen van strafbare feiten onmogelijk is. De exploitant heeft geen belang bij politie in zijn zaak. Moeilijkheden worden vaak intern geregeld’.
Dit is ook een punt waarop de horecamensen wijzen. Lastige klanten worden uit de zaak verwijderd. Wat er dan op straat gebeurt ligt buiten zijn gezichtsveld. Van de zijde van de horeca is er dan ook al op gewezen, dat dit een taak van de politie is. In de nota staat, zoals juist is geciteerd, dat op straat er een taak voor de gemeente en politie is weggelegd, maar dat dit erg moeilijk is. De horeca redeneert nu:’Omdat dit voor de gemeente en politie een moeilijke taak is, moeten wij dit dan ontgelden? In onze zaak zorgen we zelf voor de nodige orde’. Verder wordt door de horeca op het feit gewezen, dat het niet reëel is dat als er in het Oosteinde wel eens overlast is, hiervoor alle zaken in de gehele gemeente moeten boeten.
De horeca heeft zich in de gesprekken met de burgemeester onlangs laten overdonderen door het verwijt, dat de horeca wel erg laat met haar protest is. Nu ze het hebben laten bezinken, komt men tot de conclusie dat dit verwijt niet terecht is. De nota op zichzelf was geen dreiging voor een vervroegd sluitingsuur. Bovendien was de nota een werkstuk van een ambtenaar en geen beleidstuk of definitief voorstel.
P.s. deze maand kwam het voorstel van B. en W. om over te gaan tot een vroeger sluitingsuur.
‘Pas nu hebben we echt kunnen reageren op een wezenlijk punt’, aldus de horeca. ‘De nota was geen concreet stuk en bevatte geen beleidsvoornemens. Het raadsvoorstel bevat wel beleidsvoornemens en is voor de horeca nu wel concreet. De horeca heeft er direkt op gereageerd maar heeft niet meer kunnen doen dan dat’. Niets bevroedend hebben verscheidene horecazaken net een uitbreiding en modernisering gepleegd. Zij voelen zich als de raad met het voorstel akkoord gaat, ernstig gedupeerd en zien de financiële strop al boven hun hoofd hangen. In alle discussies over het voorstel vraagt men zich ook af of het vroeger sluiten geen afbreuk doet aan de functie van Hardenberg. Hardenberg pretendeert immers een industriekern te zijn, een gemeente met een centrum- en groeifunctie…
Kortom, de horeca bespeurt vele tegenstrijdigheden en vraagt dan ook aan de raad om tot nadere bezinning over te gaan en een commissie te vormen waarin vertegenwoordigers van de gemeente, politie en horeca zitting hebben.
In de partijblad ‘Subrosa’ van de PvdA in Hardenberg wordt door de redactie de vraag gesteld: ‘Zou burgemeester Van Splunder, na de diverse openingen van café’s ook de officiële sluiting verrichten? In het blad staat verder: ‘Volgend jaar komen er nieuwe welkomstborden voor toeristen. Daar komt dan op te staan Welkom in Hardenberg. Hier rust u goed uit: omdat het café al om 12 uur sluit. Zondags voelt u zich dan lekker fris, voor de eerste mis’.
U moet er rekening mee houden dat het nog maar een voorstel is, de raad zal uiteindelijk moeten beslissen. Daarbij kan men twee kanten op. De raad kan mijn ontheffings- bevoegdheden ontnemen en daar zal ik zeker niet rouwig om zijn, of men kan het afzwakken. Wat nu op papier staat is duidelijk een aan banden leggen van die bevoegdheden, aldus burgemeester mr. L van Splunder tegen de horeca mensen die op zijn spreekuur waren verschenen. De ondernemers in deze branche waren duidelijk in hun wiek geschoten met de voorstellen zoals deze nu op tafel liggen.
‘Waarom is hier niemand van de Papillon verschenen?, vroeg de burgemeester zich af. Uit het antwoord van de heer Plasman bleek dat deze niet was uitgenodigd. ‘Maar men kan het probleem niet isoleren tot het Oosteinde en de Markt. De nota is bedoeld om het alcoholmisbruik in zijn geheel tegen te gaan’, merkte de burgemeester op. ‘Wij willen wel eens af van het spelen van trefcentrum voor het alcoholisme’. Plasman zag het anders: U wilt een vooruitstrevende gemeente, maar u maakt er zo een dood gat van’.
Uit de discussie bleek dat mevrouw Plasman in vroeger tijden al eens op het spreekuur was geweest. ‘U heeft toen gezegd dat er niets aan de hand zou zijn. Maar als ik dit had geweten was het wel anders gelopen. Dan had ik er een bruin cafe van gemaakt, dat was helemaal geen probleem. Maar nu ik voor ƒ160.000,- heb laten verbouwen kan het niet anders meer. En nu komen we voor deze feiten te staan. We moeten het nu hebben van de bezoekers die tegen elf uur pas komen en tot twee uur blijven’. Haar man wees daarbij ook nog eens op de para-commerciële instellingen zoals sportaccomodaties met een kantine, kerkelijke centra en dergelijke. ‘De inkopen daar zijn groter dan bij ons. En als daar geen sterke drank mag worden geschonken, waarom ging dan bij de wedstrijd HHC – AJAX de fles rond. U zat er zelf bij en zei er niets van’. De burgemeester ontkende er iets van te hebben gemerkt. Dat was overigens niet zo erg, want het betrof hier een legale aangelegenheid.
Ja-knikkers
Ook de heer Mulder pleitte voor een sluitingstijd van 02.00 uur. ‘Laat het maar zo blijven. De kegelbaan is open tot 24.00 uur en de meeste partijen zoals bruiloften en dergelijke duren ook niet langer. Maar de anderen, die dan nog blijven zitten, willen graag nog een dansje maken’.
De heren maakten duidelijk een verwijt aan de leden van de commissie Algemene Zaken. ‘Ze zijn nog nooit wezen kijken in onze zaken. Hoe kan je dan de sfeer proeven die er hangt? Te Rietstap of mevrouw Jonkhans, of wie er nog meer zaten, ze komen nooit. Maar aan tafel zijn het alleen maar een stelletje ja-knikkers’.De burgemeester ontkende dat een bezoek aan de bar’s ook niet nodig zou zijn. ‘Dan zouden wij dertig gelegenheden moeten bezoeken. Maar we worden toch geconfronteerd met de gevolgen ervan? Maar bovendien moet u er op letten dat de algemene politieverordening nergens spreekt van het moeten verlenen van ontheffing maar van een kunnen verlenen. Er is niemand die mij kan verplichten. Maar bij mij geldt niet alleen de openbare orde, maar misschien nog wel zwaarder de veiligheid langs de weg’.
Een suggestie vanuit de overige aanwezigen was om dan maar de oproerpolitie uit Enschede te halen en die op laten inhakken. ‘Dan zijn we de oproerkraaiers zo kwijt’. Mulder bracht nog naar voren dat in de Papillon bezoekers van 14 jaar komen terwijl de ander gelegenheden een strenge controle houden op de minimumleeftijd van 16 jaar.
Mevrouw Plasman dacht ook nog aan een grote groep alleenstaanden, jongeren en gescheiden personen. ‘Als die niet uit kunnen gaan krijgen ze helemaal geen poot aan de grond’. Hetgeen de burgemeester deed opmerken dat ze dan toch wel bij de nieuwe huwelijksmarkt van de TROS terecht zouden kunnen. ‘Maar mensen, denk erom, dit is geen kwestie van Cafehoudertje-pesten’. Op donderdagmiddag om vier uur hebben we nog een eerder geplande zitting van de commissie en dan zal ik er voor instaan dat een deputatie van U de gelegenheid krijgt om als spreekbuis voor uw vakgenoten te fungeren. U kunt dan nogmaals uw wensen en grieven aan de commissie voorleggen.Maar ook daar wordt nog niets beslist, dat gebeurt in de raadsvergadering.
Ruim 15 “horeca-bazen” zijn maandagmorgen op het spreekuur van burgemeester mr. L. van Splunder veschenen om hem te spreken over hun grieven ten aanzien van de voorstellen op basis van de nota “Vechten tegen de bierkaai”. Het feit dat de burgemeesterskamer daarvoor niet op ruimte is gebouwd werd de bijeenkomst in de trouwzaal gehouden. Bij monde van de heren Plasman en Mulder, af en toe aangevuld door een enkele andere spreker, werden de bezwaren tegen het sluitingsuur en het niet meer verlenen van ontheffingen naar voren gebracht.
‘Maar waarom bent u niet eerder met suggesties gekomen. Die nota hangt al anderhalf jaar in de lucht en nu pas komt u met uw kritiek’, aldus de burgemeester.
Maar mevrouw Plasman reageerde met: ‘wij werken zeven dagen per week en hebben daar geen tijd voor!’ Hetgeen met ‘dat is onzin’ door de burgemeester werd afgedaan. De horeca-grieven waren in hoofdzaak gericht op het sluitingsuur dat wordt vastgesteld, de gevolgen voor de ondernemers.
‘De Papillon en de bewoners van het Oosteinde hebben voor het conflict gezorgd’, aldus de heer Mulder. ‘Bij ons komt nooit politie omdat het niet nodig is. Maar door de voorgestelde besluiten komt het er wel op neer dat mijn omzet met sprongen achteruit zal gaan. En dat terwijl ik net voor ƒ140.000,- heb laten verbouwen. Je kunt je zaak niet eens meer verkopen’.

Mevrouw Plasman voerde nog een ander argument aan, namelijk de waarde van het bedrijf bij overname. ‘U moet er rekening mee houden dat het bedrijf ons pensioen is. Het is voor ons van grote waarde als we het bij het ouder worden moeten verkopen. En wat bedoeld u met het zogenaamde “uitstervingsbeleid”? Wat hebben we er aan als we de zaak zouden verkopen en de vergunning wordt niet meer verleend. Dan is zo’n zaak toch niet meer verkoopbaar”?
De burgemeester gaf hiervoor tekst en uitleg voor het voorgenomen beleid.’Het begrip -uitstervingsbeleid- is verkeerd. Het gaat er om dat wij hiermee kunnen bepalen dat er in bepaalde buurten geen horecabedrijf meer kan komen. Maar als u uw zaak verkoopt is het heel goed mogelijk dat u de vergunning kan blijven houden. Daar hoeft u niet bang voor te zijn’. De heer Plasman vroeg zich af waarom het sluitingsuur niet wordt vrijgegeven. ‘Wij bezorgen u toch geen overlast? Maar als uw voorstel zal doorgaan zullen er heel wat nu al afgesloten contracten verbroken moeten worden.
Bovendien zal het betekenen dat er minstens dertig werkelozen in Hardenberg bij zullen komen’. De burgemeester wees er op dat de gemeente niet over één nacht ijs is gegaan. ‘We hebben overleg gepleegd met alle buurgemeenten in NO-Overijssel en hebben moeten constateren dat wij het ruimste ontheffingsbeleid van allemaal hebben.
In een bijenkorf, altijd open, kunnen de bewoners dag en nacht in en uit vliegen. Dit is niet het geval met de ‘Bijenkorf’ in Bergentheim. Sinds enkele dagen is ook deze dorpsgemeenschap een bardancing rijk. ‘Zo mag je het eigenlijk niet noemen’, meent eigenaar K. G. Hulskers. ‘Het is geen bar het is een belevenis’. Hoe men het noemt is om het even, Bergentheim heeft iets gekregen waar de jeugd terecht kan, hoewel ouderen ook van harte welkom zijn. Dat hebben de open dagen wel bewezen, er was een enorme belangstelling voor deze inrichting.
Hulskers kocht het pand in 1977 aan en is toen met de plannen begonnen. In april dit jaar startte de bouw die tot verleden week duurde. Het geheel mag er zijn, sfeervol, naar de eisen des tijds. ‘Als ik zie wat die man er aan geluidsisolerende middelen in stopt moet het gek worden als je er buiten nog iets van hoort’, zei onlangs een raadlid. De eigenaar heeft er ook alles aan gedaan om overlast te voorkomen. Binnen heeft hij door middel van gemetselde togen en zitjes een sfeervolle inrichting weten te scheppen. Aan het hoofd staan de heren E. Everts en K. Dekker, beide met jarenlange ervaring in dit werk. Eigenaar Hulskers is ook geen vreemde op dit gebied, hij heeft soortgelijke gelegenheden in Zwolle, Drachten, Stadskanaal en Appingedam.
Maar hij heeft ook een eigen idee gevormd over de barproblematiek die volgens hem niet behoeft te bestaan. ‘Ik heb geen enkel bezwaar tegen de te nemen maatregelen door de gemeente, mijn zaken sluiten altijd al vroeg. Als je het echt van dat laatste uurtje, dus na twaalf uur, moet hebben ben je er slecht aan toe. Dat laatste uurtje zet geen zoden aan de dijk. Maar bovendien moet het binnen gezellig wezen. Is het dat, dan komen er buiten ook geen moeilijkheden.
Kijk, de jeugd is op twee dingen uit. Of ze willen zich uitleven, of ze zoeken de romantiek. Nu, uitleven kunnen ze zich op de disco en dan zijn ze uitgerangeerd. En als ze de romantiek zoeken dan hebben ze met een meisje ook de handen vol en kunnen ze niets meer doen’.
Volgens Hulskers hoeft het ook niet barstensvol te zijn. Er zouden bij wijze van spreken in de Bijenkorf best 300 jongelui gaan. ‘Hou het maar gemiddeld op 150. Maar met 25 man kan het ook best gezellig zijn’. Behalve deze inrichting heeft de Bijenkorf aan de voorzijde ook nog een snackshop, een modern woord voor cafetaria. Het voormalige textielhuis is nergens meer te ontdekken. Met 100 m2 beneden en 150 m3 oppervlakte boven is er een enorme ruimte geschapen waarin ongeveer 100 zitplaatsen zijn. ‘Meer zitten er toch niet’, meent Hulskers. ‘Als er één man zit gaan er drie bij staan om te kletsen. Dat is de ervaring’.
‘De mentaliteit van de Oosteinders, op enkele uitzonderingen na, laat heel wat te wensen over’, schrijft de heer P.Vleesman als eigenaar van de Papillon Bar onder andere aan de gemeente. Ten eerste worden wij geboycot bij elk evenement dat hier op het Oosteinde plaatsvindt.
Het is ons ter ore gekomen, dat enkele leden van de winkeliersvereniging hun lidmaatschap op zullen zeggen bij onze toetreding. Dit zal wel gebaseerd zijn op dubieuze redenen. Wij zijn óók middenstanders! Men heeft premies, door ons aangeboden, tijdens de wielerronde van Hardenberg, afgeslagen’.
‘Wat de synagoge en het schoolgebouw betreft graag het volgende: deze historische panden maken op het ogenblik een haveloze indruk. Ligt dat aan ons? Volgens de omstanders wel! Voor ons is het helemaal door te wijzen naar de gebroken ramen en deuren en daarna op ons pand’.
‘Wij hebben zelf meermalen geconstateerd, dat deze ramen niet sneuvelen na het sluitingsuur, maar door de week. Deze ramen worden veelal ingegooid door scholieren tijdens de middagpauze en na schooltijd. Dáár wordt niet op gereageerd!’
Verder schrijft de heer Vleesman ook, niet te willen ontkennen dat de Papillon Bar een grote trekpleister is voor de jeugd. Waarom? Omdat er zoveel gevochten wordt of omdat het zo ongezellig is? ‘Nee, omdat het omgekeerde waar is. Wij vervullen een sociale functie omdat wij de bezoekers opvangen en begeleiden Waar moet de jeugd anders naar toe?’
‘Als bar zijnde doen wij al het mogelijke om ook buiten de bar de ‘overlast’ en het ‘vandalisme’ te bestrijden, doordat wij de volgende regel toepassen: Diegene die bij vandalisme zijn betrokken worden door ons geweigerd en hier houden wij ons ook aan! Wij houden ons hier al vier jaar aan, als enigste exploitant zouden wij durven zeggen’.
‘Het enigste, om overlast te voorkomen, is, om aan bepaalde figuren, die zich niet aan de gedragsregels kunnen houden, een lokaalverbod in de plaats Hardenberg op te leggen. Moeten wij en onze klanten lijden onder het wangedrag dat plaatsvindt door mensen, die allang door ons geweigerd worden en die zich bij andere exploitanten ophouden? Deze mensen zijn er de oorzaak van’.
De commissie Algemene Zaken heeft het niet nodig gevonden om het beleid van B. en W. te beperken.
‘Ik heb nog nooit gehoord dat er klachten zijn gekomen uit campings, clubhuizen en dergelijke. We hebben het toch puur over de overlast?, vroeg Hamhuis. De voorzitter was het hier niet mee eens.
‘Dan hadden we die hele nota niet hoeven te schrijven’ aldus mr. Van Splunder. ‘Dan zou de nota een veel smallere basis hebben. Het is niet reëel om te zeggen dat het alleen om het Oosteinde gaat en het is ook niet de bedoeling om alles op het sluitingsuur te concentreren’. De commissie wees dit punt van de hand, met uitzondering van het GPV.
De volgende vraag was van wezenlijk belang voor de tientallen toehoorders. De regeling ten aanzien van het sluitingsuur. Tot op heden geldt een sluitingsuur van 0.30 uur tot 06.00 uur met uitzondering van bars die tot 02.00 uur geopend mogen zijn. ‘Door de hardheid des harten in Hardenberg is een sluitingsuur nodig’, zei de voorzitter. ‘We hebben nu een algemeen sluitingsuur dat geldt voor héél de gemeente, dus ook de buitengebieden. Maar er zit een ontheffingsbevoegdheid in’. Algemeen was men van oordeel dat een sluitingsuur van 00.30 uur van maandag tot en met vrijdag reëel is en dat het, gezien de zondagsrust, op zaterdag en zondag op 24.00 uur gesteld moet worden. ‘De overlast is nu te groot, de bewoners moeten er ook kunnen wonen’, aldus Zuidema.

Strijders vóór en tegen de bierkaai in het gemeentehuis.
Geldt tot op heden een ontheffingsbevoegdheid voor de burgemeester, duidelijk werd dat de commissie daar weinig meer voor voelde. De formulering in de stukken suggereerde een ontheffing voor bruiloften, partijen, uitvoeringen en soortgelijke evenementen. De burgemeester gaf de suggestie om een ontheffing alleen dan te geven als er zeer bijzondere reden voor is. ‘Ze kunnen elk evenement wel zo verkopen dat het vreselijk mooi is. De groep Normaal was ook een evenement maar normaal was het niet meer. Ik ben doodsbenauwd te moeten bepalen welke evenementen wel of geen ontheffing moeten hebben. Een bijzondere reden is het wel als bijvoorbeeld HHC tot de ere-divisie zou promoveren’. Ook de aanwezige korpschef van politie zag er niets in.
‘Met de voorgestelde regeling gaan we absoluut de boot in’ De commissie adviseerde geen ontheffingsbevoegdheden meer te geven omdat anders het sluitingsuur gemakkelijk is te ontduiken.
‘Voor mij is het niet alleen de overlast die geldt’, stelde de voorzitter. ‘De openbare orde en veiligheid langs de weg is voor mij net zo belangrijk’. Op een vraag van mevrouw Jonkhans antwoordde de korpschef dat er per jaar minstens 100 overtredingen worden geconstateerd van onder invloed een voertuig besturen en het landelijk beeld is dat 15% van alle ongevallen door alcohol (mis)gebruik wordt veroorzaakt.
Overlast ondervindt men ook door geluidshinder. Als voorwaarde wordt gesteld dat automatische geluidsbegrenzers in de apparatuur ingebouwd moeten worden. ‘Een maximum van 80 decibels is medisch verantwoord’, aldus korpschef van Brakel. Maar aan het Oosteinde moet dit lager omdat er directe omwonenden zijn. Per gelegenheid moet dit worden aangepast aan de omgeving. De commissie aanvaardde ook de verordening naar het model van Eindhoven, waarin de burgemeester bij het verstrekken van een muziekvergunning moet letten op het woongenot van de omwonenden in de omgeving van de inrichting. Ook werd nog ingegaan op de verschillende punten die de bewoners van het Oosteinde naar voren hadden gebracht. ‘Het is moelijk het wettig en overtuigend bewijs te leveren en dat is nu eenmaal nodig’, aldus mr. Van Splunder. 
Oosteinde e.o.: “Redelijk tevreden met uitspraken in raad”
‘We kunnen redelijk tevreden zijn met hetgeen in de raad is gezegd. Hierdoor kan er weer een stukje vertrouwen in het gemeentebestuur terugkeren’. Dit is de mening van een aantal bewoners uit het Oosteinde en omgeving in Hardenberg naar aanleiding van de verleden week gehouden raadsvergadering waarin werd gesproken over de overlast van bar-bezoekers.
Over de twee ingezonden brieven zijn de bewoners vrij kortaf. ‘Daarin staat zoveel onzin. Allemaal zaken die door ons niet zijn aangekaart en die niet ter zake doende zijn. Men schuift hierbij ons zaken in de schoenen die in onze brief aan de gemeente helemaal niet genoemd werden. Het zou beneden onze waardigheid zijn om hierop te reageren’.
De bewoners wensen ook niet verder over de kwestie te spreken. Zij wachten met spanning de gang van zaken af die nu gaat komen. De commissie Algemene Zaken zal de kwestie behandelen op 27 september óf op 3 oktober. In deze vergadering, die voor iedereen toegankelijk is, zal het beleid aan het college van B en W worden geadviseerd. Dat betekent ook dat behandeling in de septembervergadering van de raad niet gehaald kan worden en dat dit in oktober zal gebeuren.
Hangende deze procedure willen de bewoners van het Oosteinde en omgeving geen verdere publicaties doen of acties ondernemen. Als redactie respecteren wij dit standpunt en zullen de discussie rond deze kwestie hierbij dan ook sluiten. Tenzij zich nieuwe feiten voordoen die publicaties noodzakelijk maken.
De bewoners van het Oosteinde en omgeving hebben in zekere mate hun zin gekregen. Hoewel niet op grond van het reglement van orde is hun problematiek toch in de raad behandeld. Het optreden van B en W getuigt van de ernst van de zaak en door de publicaties van ingezonden brieven heeft men bereikt dat dit, overigens al lang bestaande, probleem wordt behandeld.
Hiermee is in feite ook de al dan niet hele behandeling van de de nota ‘Vechten tegen de bierkaai’ in een stroomversnelling geraakt. De bewoners dienen nu echter nog even hun geduld te bewaren en de lont naar het vermeende kruitvat te doven. Het is een probleem met veel voetangels en klemmen dat nu door de vroede vaderen moet worden opgelost. Dat vereist tact en wijsheid. Dat het college, bij monde van de voorzitter, zegt niet te zullen terug deinzen voor impopulaire maatregelen mag het vermoeden rechtvaardigen dat de zaken stevig aangepakt zullen worden.
Als het college het niet alleen bij woorden laat, maar ook daden stelt die tot een algehele oplossing leiden, dan kan de rust in het centrum van Hardenberg terugkeren. Het gemeentebestuur kan er van overtuigd zijn dat de beraadslagingen met belangstelling gevolgd zullen worden.
’t Blijft:” vechten tegen de bierkaai”
‘Die bewoners zijn erg tolerant, ze hebben echt wel wat te verduren. Maar er valt nog weinig aan te doen’ zegt burgemeester L. van Splunder naar aanleiding van een brief die ‘bewoners Oosteinde e.o.’ aan college en gemeenteraad hebben geschreven naar aanleiding van de enorme overlast die elk weekeinde wordt ondervonden. Deze overlast wordt volgens hen (en de burgemeester onderschrijft dit) veroorzaakt door honderden bezoekers van een nabijgelegen bar die ver na middernacht de omgeving op stelten zetten, vernielingen aanrichten en kabaal veroorzaken waardoor de buurt van de zo broodnodige nachtrust wordt beroofd.
In de brief die werd ondertekend door meer dan twintig bewoners uit de buurt, noemen de schrijvers het ingooien van ruiten, het vernielen van bloembakken, het besmeuren van ramen, omgooien van hekken en het gedeeltelijk slopen van synagoge en verenigingsgebouw. De ondertekenaars vragen zich af waarom de gemeente en politie geen maatregelen nemen op grond van artikel 17 van de drank en horecawet waarin letterlijk staat: ‘Het is veboden alcoholhoudende drank te verstrekken, indien redelijkerwijs moet worden vermoed, dat dit tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid zal leiden’. Bovendien zou art. 31/1-f ter beschikking staan van de autoriteiten waardoor de vergunning van de bar kan worden ingetrokken.
Veel voor over
In gesprekken kunnen omwonenden hele verhalen vertellen. Hun namen willen ze echter niet in de krant hebben, bang als ze zijn voor wraakoefeningen van de bezoekers die een ware terreur zouden uitoefenen. ‘Al zouden ze al mijn ruiten ingooien en het zou daarmee voorgoed over zijn, dan heb ik het er best voor over’ zegt een van de winkeliers. Een ander valt hem bij en zegt: ‘Ik zou zo duizend gulden op tafel leggen als het voorbij zou zijn. U mag best weten dat ik met mijn vrouw soms zit te janken aan tafel als ze ’s nachts zo te keer gaan. Het zijn soms net wilde beesten’.
Elk weekend gaan de bewoners met angst tegemoet in de onzekerheid wat hen nu weer boven het hoofd zal hangen. ‘Wie is er deze week aan de beurt?’ vragen ze zich af. Het afgelopen weekeinde waren enkele bewoners getuige hoe een automaat werd vernield. ‘Met de handen lukte het niet’ vertelt één van hen. ‘Toen hebben ze bij de synagoge een tegel gehaald en daarmee een ruit ingegooid. Natuurlijk werd de hele automaat leeggeroofd’. Grieven hebben de omwonenden ook tegen de politie die, volgens hen, niet adequaat optreedt. ‘Bij die automaat hebben we ze gelijk gebeld en een signalement doorgegeven. Ze kwamen wel maar zijn niet eens uit de auto geweest’.
‘De politie treedt de laatste maanden veel harder op’, meent de burgemeester. ‘Er gaat vaak genoeg de “lange lat”over heen, maar dat kan je ook niet elke keer doen’. De burgemeester ziet ook geen heil in een vervroegd sluitingsuur zoals de briefschrijvers hebben voorgesteld.
‘……als eerste maatregel stellen ondergetekenden voor het sluitingsuur van de bar te vervroegen naar 23.30 uur. Hierdoor zullen niet direct overlast en vandalisme worden voorkomen, maar in geen geval tot diep in de nacht voortduren’. De bar is nu tot 02.00 uur open, de ellende voor de bewoners duurt dan vaak tot half drie of later.
Alcoholtoerisme
‘Daar moeten we wel mee oppassen’ meent de heer Van Splunder. ‘Als je de zaak vroeger sluit weet ik niet wat erna gaat gebeuren. Dan moet er wel overleg met de buurtgemeenten zijn en ook met ander bar-eigenaars. Anders ga je een soort -alcoholtoerisme- krijgen, net als we gehad hebben met de laatste trein naar Coevorden-Emmen. Dat was de “alcoholtrein”, maar dat gaat nu een stuk beter dankzij samenwerking van de politiekorpsen en spoorwegrecherche.
De bewoners van de Oosteinde en omgeving zullen zich nog even moeten beheersen en wachten op de procedure die nu door de gemeente in gang wordt gezet om orde en rust te handhaven. Dat is het resultaat van de besprekingen, dinsdagavond in de raad gehouden, waarbij is gebleken dat het de raad, samen met het college, ernst is met de problemen. De publikaties in de pers hebben er toe bijgedragen dat het college zeer attent is op de problematiek en zo spoedig mogelijk met de prea-advies zal komen dat in de commissie algemene zaken zal worden besproken. Deze commissievergadering zal openbaar zijn zodat alle belanghebbenden en betrokkenen de besprekingen kunnen bijwonen.
Burgemeester mr. L. van Splunder begon de raadsvergadering met het voorstel om de brief van de ‘Bewoners Oosteinde e.o.’ in handen van het college te stellen. Ook las hij een brief voor die was aangeboden door de eigenaar bar Papillon. De burgemeester stelde voor om direct na de raadsvergadering een datum voor de commissievergadering af te spreken, maar acht het een heel moeilijke zaak om dit probleem nog in de raads(september)vergadering te krijgen. ‘De termijn is afhankelijk van de mogelijkheden om de commissie bijeen te krijgen. Maar er zit meer aan vast. Zoals bijvoorbeeld het juridisch instrumentarium dat maar héél beperkt is. Als gemeentebestuur zullen we echter niet voor onpopulaire maatregelen terugdeinzen als dit nodig mocht zijn. Een paar jaar geleden is er al een pittige discussie over dit probleem geweest en dit is nu feitelijk een uitvloeisel en uitvoering van de bekende nota “Vechten tegen de bierkaai”.
Het college is het eens met de bewoners dat er een einde moet komen aan de tolerantie. De bar-eigenaar hebben we met de boodschap naar huisgestuurd dat er nu iets moet gebeuren, aldus de heer Van Splunder die uitvoerig in ging op de opmerking van de raad.
Graag wil ik reageren op uw artikel ‘Bewoners Oosteinde en omgeving overlast beu’.
Om te beginnen vind ik dat de winkeliers erg overdrijven door het centrum van Hardenberg met het centrum van Utrecht te vergelijken en daar uitspraken over te doen als ‘Het zijn soms net wilde beesten’, of ‘ We gaan het weekeinde met angst tegemoet’, of nog sterker zelfs ‘We vragen ons elk weekend af wie is er nu aan de beurt’.
Wat ik me nu afvraag: waarom ondertekenen maar ongeveer twintig mensen de brief terwijl heel Oosteinde en omgeving de last beu is. Uit het artikel kan ik opmaken dat het maar om één bar gaat, daar er sprake was van ‘Als er nog eens winkels tegenover de bar worden gebouwd’, namelijk de Papillon. Hieruit concludeer ik dat men van bijvoorbeeld The Castle geen last of lawaai zou hebben. Degenen die dit durven te beamen zal ik vriendelijk willen verzoeken om het weekend eens langs beide bars te lopen en het aantal decibels eens te vergelijken.
Ook vind ik het bijzonder kinderachtig om deze bar letterlijk en figuurlijk overal de schuld van te geven, er kan in Hardenberg geen relletje zijn, geen ruitje sneuvelen, ook al is het achter op de markt of de bezoekers van de Papillon hebben het gedaan, en daar achteraan wordt dus automatisch de eigenaar van de bar maar de schuld gegeven. Hebben de andere bars dan geen klandizie en gebeurt daar nooit wat? Of zijn die buurtbewoners niet zo kinderachtig als die twee winkeliers op het Oosteinde die, als er wat op de straat gebeurt er altijd met de neuzen vooraan staan. En als het volgens de winkeliers binnen dan zo’n troep is, zouden de dames en heren van het Leger des Heils dan elk weekeinde weer komen om te collecteren, wat in geen enkele andere bar in Hardenberg gebeurt, en dat juist op zaterdagavond????
Tot slot wil ik dit schrijven: ‘Ik zelf ga nu al vijf jaar uit in Hardenberg, maar er is hier geen bar waar het zo gezellig is en zwaar zoveel gedaan wordt aan bijvoorbeeld Sinterklaasfeest, Kerst, carnaval en discjockey-wedstrijden en dat zullen een boel jonge mensen met mij eens zijn. Waarom zouden de jongelui anders van heinde en ver naar deze bar toekomen??? Niet om ruzie te zoeken en terreur uit te oefenen zoals de heren winkeliers denken.
Herman Beldman,
Meeuwenstraat 8, Hardenberg