Geschiedenis
Job Dommerholt img20190828_18150523 'Te Mansie'

Edwin Westerhoff

Nadat uiteindelijk alle bars en discotheken gesloten waren in het centrum van Hardenberg en er daar niets meer voor de jeugd te zoeken was, werd er een jaar later voor de jeugd een Popfestival georganiseerd op sportpark De Boshoek.

In het pand van de voormalige bar-dancing de Papillon aan het Oosteinde, zullen binnenkort twee winkels worden gevestigd. De uiteindelijke heropening van de Papillon lijkt nu, ondanks alle berichten, van de baan te zijn.

Onlangs werd bekend dat het college van B. en W. een ontheffing van de drank- en horecawet had geweigerd. Dit op grond van het feit dat het centrum van Hardenberg een sterkere woonfunctie zal krijgen. De toekomstige eigenaar van de nieuw te openen bar, de heer P. Pfeiffer, verklaarde echter tegen deze weigering in beroep te zullen gaan. Inmiddels hebben zich bij de eigenaar van het pand, de heer J. Nijhoving, twee ondernemers gemeld die belangstelling hebben voor het pand. Het zijn de heer H. Schalen en de heer J. Dopmeijer, beide uit Dedemsvaart. Schalen exploiteert al een radio- en televisiezaak aan de Voorstraat, maar wil zijn winkel vestigen in het pand van de Papillon.

Omdat dit pand voor één winkel te groot is doet hij het samen met de heer Dopmeijer die een schildersbedrijf heeft en daar glas, verf en behang gaat verkopen. Aan de achterzijde zal dit bedrijf een werkplaats inrichten, ondermeer voor snelservice in glas. Het ligt in de bedoeling dat beide zaken in de loop van de volgende maand geopend kunnen worden.  Dat een en ander zo snel gerealiseerd zal worden ligt in het feit dat de gemeentelijke verordeningen zijn aangepast.

‘Met artikel 18 in de hand is het heel erg moeilijk geworden om de vergunningen te krijgen,’ zegt Nijhoving die al een halfjaar geen huur van het pand heeft getrokken. Hij had met de heer Pfeiffer namelijk de afspraak dat deze zou gaan betalen als de zaken rond waren. ‘Beide heren zijn bij me geweest en ik heb mijn fiat gegeven als ze de zaken met de desbetreffende instanties zelf rond zouden maken. Maar om te wachten op de uitslagen van die aangetekende beroepen gaat me toch te lang duren.’ Het gewraakte artikel 18 van de drank- en horecawet behelst een mogelijkheid om op grond van een gemeenteverordening een verbod uit te vaardigen voor het ‘anders dan om niet’ (oftewel tegen betaling) alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse te verstrekken.

Het college van B. en W. van Hardenberg heeft geweigerd een ontheffing te verlenen aan de heer A.P. Pfeiffer te Breukelen (Utr) die opnieuw in het voormalige pand van de bar Papillon aan het Oosteinde een bar-dancing wil beginnen. De nieuwe ondernemer heeft inmiddels beroep aangetekend.

Papillon_geweigerdHet college heeft de vergunning geweigerd op grond van het feit dat het centrum van Hardenberg een belangrijk sterker wordende woonfunctie gaat vervullen.
‘Gelet op het karakter van de inrichting -bar dancing- zal deze voornamelijk jeugdige bezoekers aantrekken. In de inrichting kunnen bovendien veel bezoekers tegelijk worden ontvangen, gezien de vloeroppervlakte van de tot in de inrichting behorende lokaliteiten. Op grond hiervan is naar ons oordeel te verwachten dat deze inrichting voor de omgeving een bron van overlast zal betekenen…….,’ aldus de gemotiveerde weigering van B. en W.

Ook het feit dat alcoholhoudende dranken worden getapt is voor de gemeente aanleiding om te stellen dat er overlast zal worden verwacht evenals de ervaringen uit het verleden die in de beslissing een rol hebben gespeeld. In een eerste reactie zegt de heer J. Nijhoving, eigenaar van het pand aan het Oosteinde: ‘Dit is een onrechtmatige reden. Als de vorige eigenaar niet failliet was gegaan had die bar nu nog gedraaid en was de zaak gewoon open gebleven. Ik neem aan dat de nieuwe ondernemer wel in beroep zal gaan.’ Dit is inderdaad het geval. De heer Pfeiffer vanuit Breukelen: ‘Dit is volkomen absurd. Wat leven we toch in een bekrompen landje. Natuurlijk ga ik in beroep. In samenwerking met een brouwerij heb ik al een advocaat in de arm genomen om na te gaan wat de mogelijkheden zijn. Een brief is al naar GS onderweg. Dat is de eerste beroepsmogelijkheid. De Raad van State is nog een tweede mogelijkheid.’ Het kan dus nog lang duren voordat een uitspraak is te verwachten. Procedures van deze aard zijn vaak erg langdurig. Voorlopig zal er aan het Oosteinde dus nog weinig veranderen.

Nieuwe aanvraag voor heropening Papillon
PapillonheropeningBij het college van Burgemeester en Wethouders van Hardenberg is een aanvraag voor een horecavergunning binnengekomen voor de heropening van de bar-discotheek de Papillon aan het Oosteinde. Deze horecagelegenheid, sinds enkele maanden gesloten, is twee jaar geleden oorzaak geweest van ernstige ongeregeldheden in het centrum van de stad en dientengevolge ook van stringente maatregelen inzake het sluitingsuur. Omwonenden maken zich echter al ongerust over een eventuele nieuwe overlast. De nieuwe aanvraag in ingediend door de heer A.Pfeiffer te Breukelen die er een dancing in wil vestigen. De openingstijden zouden, volgens de aanvraag, op vrijdag, zaterdag en zondag van 20.00 – 0.30 uur moeten zijn.

Onder de buurtbewoners deed al geruime tijd het gerucht de ronde als zou de bar weer worden geopend. Men weet zelfs te vertellen dat de heropening half februari zal plaatsvinden. Op grond van de ervaringen van twee jaar gelen, maar ook de, zijn het geringere, overlast daarna is weer enige ongerustheid onder de omwonenden ontstaan. ‘De aanvraag ligt bij B. en W. die nu om advies hebben gevraagd,’ zegt desgevraagd gemeente voorlichter Ron Vonk. ‘Dat advies is gevraagd aan de politie en de Kamer van Koophandel. Op grond daarvan, en uiteraard nog andere factoren, zal het college de beslissing nemen. Het gaat uitsluitend om de horecavergunning, andere papieren zoals muziek-, dans- en hinderwetvergunning zijn nog niet aan de orde.’

In opdracht van het gemeentebestuur heeft ook de brandweer het pand aan het Oosteinde onder de loep genomen. Bij controle bleek det er heel wat aan het gebouw gedaan zal moeten worden wil het de goedkeuring kunnen wegdragen. ‘De gehele electrische installatie is door ons afgekeurd en zal opnieuw aangelegd moeten worden onder goedkeuring van de IJsselcentrale,’ zegt een brandweerwoordvoerder. ‘Maar ook de plafonds en wanden moeten brandwerend gemaakt worden, de nooduitgangen moeten worden herzien en de deuren moeten brandwerend en zelfsluitend gemaakt worden. Bovendien voldoet het pand op tal van punten van de geluidshinder niet aan de voorschriften. Dat zijn zo enkele punten die in het rapport zijn verwerkt en in een schrijven aan de rechtmatige eigenaar zijn meegedeeld.’ Naast al deze factoren zal ook de wijziging van Hardenbergs centrum zeker een rol spelen. Met name recht tegenover de Papillon zijn inmiddels enkele tientallen woningen en winkels in aanbouw.

PfeifferNieuwe Papillon-eigenaar Peter Pfeiffer: ‘Met deze absurde sluitingstijd vraagt men om moeilijkheden…’ ‘Zo’n sluitingstijd van half één is toch een absurde zaak. Als je om die tijd dan zo’n paar honderd jongeren tegelijk de straat op stuurt is het toch geen wonder dat het een rotzooi wordt. Neem daarnaast dan nog eens al die brommers die dan starten, dan is de chaos compleet. Met een later sluitingstijdstip spreid je het geheel en is er veel minder overlast.’ Dat is de stelling van Peter Pfeiffer die zich als nieuwe ondernemer van de Papillon-bar heeft aangediend en het ondanks het besmette verleden van deze horecagelegenheid toch wel ziet zitten om opnieuw hier te gaan beginnen. ‘In redelijk overleg met alle betrokkenen, en zeker ook de omwoneneden, moet dat toch mogelijk zijn?’
Peter Pfeiffer (26) houdt er een uitgesproken mening op na. Ondanks de jeugdige leeftijd is het een ervaren man in het horecawezen die samen met zijn broer Anton (28) nu al een vierde bedrijf begint. De drie anderen staan in Rhenen, Breukelen en Veenendaal. Hardenberg wordt dus de vierde vestiging van het ‘Pfeiffer-concern’.

‘Het ligt in de bedoeling dat Anton bij de Papillon gaat wonen en dat Peter regelmatig ook zijn gezicht in Hardenberg laat zien. Kijk, dat sluitingsuur zal te zijner tijd toch aangepakt moeten worden. Niet direct, we moeten ons eerst maar eens bewijzen. Overigens begrijp ik niet dat ze het hier in Hardenberg zover hebben laten komen dat de ME er aan te pas moest komen,’ zegt Peter. Hoe staat Pfeiffer tegenover de verantwoordelijkheid als horeca-man? Houdt die bij de voordeur op of gaat die verder? ‘Het zou te gek zijn als die bij de voordeur ophouden,’ meent de jonge ondernemer. ‘Je verantwoordelijkheid gaat veel verder. Het is natuurlijk moeilijk daarvoor een grens te trekken, maar binnen het gezichtsveld zou het toch mogelijk moeten zijn. Kijk, als een gast van ons een paar huizen verder tegen de pui staat te wateren dan grijp ik wel terdege in. Ook als honderd meter verderop een samenscholing is zal er met die lui gesproken moeten worden. Die verantwoordelijkheid voelen we zeker wel. En als praten niet helpt, wel dan is het -wieberen- geblazen. Dan kunnen ze vertrekken en komen ze er bij ons niet meer in.’

Overigens staat hij verbaasd over de problemen die hier in Hardenberg zijn gerezen en over de ambtenarij die tegenover hem staat. ‘Al in de tweede week van december heb ik die aanvraag om een horecavergunning ingediend. Als ik een lopende zaak had overgenomen was er niets aan de hand geweest, maar nu gaan ze hele procedures volgen. Een advies van de Kamer van Koophandel? Flauwe kul. Dat is puur finacieel en dat zit bij ons wel goed. We hebben een zeer sterke brouwerij achter ons staan die er uiteindelijk ook heil in moet zien voordat die er geld in steekt. En dat is geen klein beetje. Hoewel in vergelijking met een ander project, waarvoor wij zijn gevraagd, dit toch niet zoveel is.’

Peter Pfeiffer is zich er van bewust dat hij hier met een totaal ander volksmentaliteit van doen heeft dan in het westen.  ‘Goed, maar mag dat verschil maken? Zelf ben ik gereformeerd en ga ik regelmatig naar de kerk. Mag ik daarom geen horeca bedrijven. In de kerk kom ik er eerlijk voor uit, maar in de bar steek ik ook niet onder stoelen of banken dat ik naar de kerk ga. Dat is gewoon een kwestie van eerlijk zijn en niet zo schijnheilig doen. In Veenendaal, toch ook een sterk christelijke gemeente, hebben we ook totaal geen last.’

Wat Pfeiffer wel dwars zit is het feit dat de eigenaar van het pand, de heer Nijhoving al die tijd geen huur ontvangt. ‘Ik verlies geen stuiver zolang de zaak niet rond is, maar Nijhoving verliest er goed mee. Nu weet ik niet of ik wel of geen medelijden met hem moet hebben, maar het is geen stijl iemand zolang te laten wachten. Hij heeft al die maanden geen cent huur intvangen terwijl hij toch zeer correct en prettig is in de onderhandelingen. Dat zit me ook goed dwars. Uiteindelijk ga ik pas betalen als de zaken rond zijn.’

Gaat Pfeiffer ook wat doen aan het uiterlijk van de bar dat nu een ‘zwart gat’ is in de gevel van het Oosteinde? ‘Dat denk ik wel, maar dat ligt weer aan de gemeentelijke schoonheidscommissie. Ik vind het helemaal niet erg om die dichtgetimmerde ruiten over te schilderen. Zelf heb ik al gedacht om er een leuke gevel met steenstrips van te maken.’  Hij is het in elk geval eens met het feit dat dit geen gezicht is binnen het wooncentrum dat nu wordt gebouwd. Dat de omgeving van de Papillon weer meer bewoning zal krijgen is voor hem geen punt om wakker te liggen.

‘Ze wisten allemaal dat die bar daar was gevestigd. En al moet je rekening houden met de omgeving, ze moeten niet gaan zeuren over iets waarvan ze niet weten hoe het zal gaan lopen. We gaan de zaak goed aanpakken, ook met de beste geluidsisolatie. Er is momenteel weer iets nieuws op dat gebied. Polyesterschuim met gipsplaat. Dat zullen we vermoedelijk ook gaan verwerken. Mensen die klachten hebben moeten echter wel in alle redelijkheid met ons komen praten. Daarvoor hebben we een open oor. Maar wie na tweemaal onbeschoft te keer gaat kan van mij persoonlijk eenzelfde reactie verwachten.’ Overleg met omwonenden en buurtbewoners zal Peter Pfeiffer zeker niet schuwen en men kan dan ook vermoedelijk wel een uitnodiging tegemoet zien.

verdronken_vlinderHeel wat jongeren zijn het afgelopen weekeinde voor niets aan de deur van de Papillonbar gekomen. Daar konden ze kennis maken met enkele borden op het pand waarop de sluiting van het bedrijf staat vermeld. Ook een soort overlijdensbericht is er op gevestigd, zoals op deze foto is te zien. Veel jongeren bleken niets van het feit af te weten dat vorige week maandag het bedrijf de poorten heeft gesloten. Hieruit bleek ook dat de meeste van hen geen krant lezen.
Ook kwamen jongeren van ver, zo waren er enkele uit Vroomshoop, Westerhaar, Coevorden en even van over de grens uit Duitsland.

Bijenkorf dichtVrij plotseling zijn twee bar-discotheken binnen de gemeente Hardenberg gesloten. Het zijn de Papillon in Hardenberg die maandag dicht ging en de Bijenkorf in Bergentheim welke al enige tijd gesloten blijkt te zijn. Beide horecagelegenheden blijken door financiële problemen niet meer in staat te zijn het hoofd boven water te houden. De eigenaars van beide bars zijn zo moeilijk te bereiken dat van hen nog geen officiëel commentaar verkregen kon worden.

De Bijenkorf in Bergentheim heeft indertijd met de vestiging nogal wat beroering gewkt onder de dorpsbewoners. Niettemin ging het bedrijf van start al verliep in de loop van de tijd de zaak niet rooskleurig. De huidige eigenaar, die het bedrijf had verpacht, had meerdere zaken op zijn naam staan. Hij is echter sinds kort in staat van faillissement gesteld. De sluiting in Bergentheim is echter vrij geruisloos verlopen, tot op heden was het uitsluitend bij de direct omwonenden bekend.
De meeste dorpsbewoners hadden weinig of geen bemoeinis met de zaak of beheerder. De jeugd constateerde slechts dat de zaak ‘dicht’ was.

Papillondicht2Met de Hardenbergse bar Papillon is het anders verlopen. Enkele jaren geleden kreeg deze gelegenheid de schuld van velen voor de ongeregeldheden die zich in het centrum van Hardenberg afspeelden.  Rellen van ‘westerse kwaliteit’ speelden zich af in het overigens rustige Hardenberg en de ME-peletons hadden enkele weekends werk. Door deze overlast werd door de gemeente een stringenter beleid gevoerd en het sluitingsuur bepaald op 00.30 uur hetgeen veel weerstand opwekte bij de vooral jeugdige barbezoekers.

‘Voor mij is dit nieuw,’ zegt bugemeester mr. L. van Splunder desgevraagd. ‘Dezerzijds is gestreefd naar herstel van de rechtsorde, maar ik gun de man van harte zijn boterham. Maar het gezicht van ons centrum is wel veranderd. Het blijkt wel dat rotzooi ook rotzooi aantrekt. Indertijd, met die vervallen gebouwen er omheen was het rotzooi. Nu het centrum is veranderd en er nieuwbouw in directe omgeving is gepleegd wordt alles anders en zal ook de aantrekkingskracht van ons centrum veranderen.’

Als de Papillon inderdaad gesloten blijft is het niet zeker dat na de huidige eigenaar een nieuwe barhouder zich daar kan vestigen. ‘In het nieuwe centrumplan, dat bij de Kroon op goedkeuring ligt te wachten, heeft het pand een winkelbestemming,’ zegt de burgemeester. Bovendien heeft de raad zich indertijd uitgesproken voor een maximumaantal waaraan de gemeente zich heeft te houden. Het pand heeft momenteel door oude en nieuwe bestemmingsplannen twee bestemmingen. Maar een eventuele nieuwe ondernemer kan zich nooit beroepen op vroegere situaties. Hij zal dan ontheffing moeten aanvragen en dat zal de raad moeten beoordelen.

Het college is wel gelukkig met de verwezenlijking van de plannen in de Voorstraat waar het voormalige hotel Brouwer wordt verbouwd tot bistro. Men was unaniem van mening dat het gebouw in de oude stijl moest blijven en dat nooit ontsierende lichtreclames toegestaan moesten worden. Met deze nieuwe bestemming zijn we wel gelukkig,’ aldus de burgemeester. ‘Maar bedrijven als bar-discotheken horen in een dergelijk centrum niet thuis. Ik gun de jeugd van harte hun disco, maar niet als dit gaat met overlast voor omwonenden. In de woningen boven het in aanbouw zijnde winkelcentrum komen ook weer mensen te wonen die de woonfunctie van het centrum gaan verstevigen. Dat moet wel leefbaar blijven.

Bar-discotheek De Bijenkorf in Bergentheim heeft de deuren moeten sluiten. Het pand stond al enkele weken leeg. Het schijnt dat de zaak toch niet uit kon. Sinds maandag is ook bar-discotheek Papillon aan het Oosteinde te Hardenberg dicht. Getuige een spandoek krijgt de burgemeester de schuld. Hier wordt gedoeld op het vervroegde sluitingsuur dat een paar jaar geleden is ingevoerd. Aan de sluiting van de Papillon liggen echter enkele andere oorzaken ten grondslag.
De fiscus heeft de duimschroeven dusdanig aangedraaid dat het bedrijf niet verder gerund kon worden. Verder schijnt ook het bezoek wat te zijn teruggelopen. Dit ligt niet zozeer aan het vervroegde sluitingsuur maar meer aan de gewijzigde situatie van het centrum door de realisering van het winkelerf. Omwonenden was het al opgevallen, dat het er niet zo druk meer was. Waarschijnlijk is dit te wijten aan het feit, dat het jeugdig publiek er nu niet meer met de auto en de brommer konden komen.

Bijenkorf dicht

Van de Papillon was gisteren niemand voor commentaar bereikbaar. Als de bar definitief dicht blijft, en daar lijkt het thans op, zal er hoogswaarschijnlijk geen horecabedrijf meer in gevestigd worden. Burgemeester mr. L.A. van Splunder deelde desgevraagd mee dat er dubbele bestemming op ligt. Het is zowel bestemming winkel als horecabedrijf. Doordat echter de raad in november 1979 een maximum aan het aantal vergunningen heeft gesteld is de kans groot dat een andere gegadigde geen vergunning krijgt. Er is namelijk geen sprake meer van een overgangsrecht.
Papillon dicht

‘Uit oogpunt van ruimtelijke ordening zullen we met het pand als het leeg komt iets anders moeten doen’, aldus burgemeester Van Splunder. Het maximum wil echter niet zeggen dat het plan van de heer G. Muis uit Bruchterveld, om van het voormalig hotel Brouwer een gezellige bistro te maken niet door kan gaan. ‘Dit plan juichen wij toe, temeer omdat de heer Muis het oude karakter van het pand wil bewaren’, voegt de burgemeester toe. Wat de positie van de horeca betreft wijst de heer G. Brus, secretaris van de Hardenberger Horecavereniging er op, dat de mensen het tegenwoordig wel wat zuininger aan doen. Voor bars wijdt hij de teruggang van het aantal bezoekers ook wel aan het vervroegde sluitingsuur. ‘Je moet het nu overdag zien te verdienen, maar wie gaat er nu overdag uit. Dat gebeurt ’s avonds in de wat latere uren, maar dan moet je om half één al weer sluiten,’ is zijn commentaar. ‘Als je wat langer open wilt zijn moet je iedere keer verlenging aanvragen. Er moet dan wel iets bijzonders zijn’.

Hij vindt dat ook de belasting het de horecabedrijven niet gemakkelijker maakt. ‘Het geld wordt vervroegd geïnd en je krijgt weinig ruimte’, zegt hij. Hij is wel van mening dat men de belastingzaken in orde moet hebben omdat het anders je eigen schuld is. Hij zei niet te weten hoe dat met de Papillon ligt. Geruchten gaan er dat er hier sprake is van belastingschuld. ‘Als er een paar bedrijven dicht gaan dan krijgen anderen het misschien wat beter, maar dat is natuurlijk niet de opzet. Ieder horecaondernemer moet zijn brood in zijn bedrijf kunnen verdienen’, aldus de heer Brus.

Geen garanties bij vrije sluitingstijden
De raad van Hardenberg heeft unaniem besloten om voorlopig geen wijziging te brengen in het sluitingsuur van de horecabedrijven in deze gemeente. Hierom was gevraagd door de Jonge Socialisten (JS) die een brief aan de raad hadden geschreven, vergezeld door meer dan 1300 adhesiebetuigingen. Uitvoerig werd er gesproken over de mogelijkheden die er zouden zijn om toch tot een vrijlating van het sluitingsuur te komen, de rol die de overleggroep tot nu toe heeft gespeeld, een eventueel selectief sluitingsbeleid, zodanig in de gemeente verdeeld tussen stad en buitendorpen. Het gebrek aan garanties dat het nu beter zou gaan dan in 1979, toen het huidige sluitingsuur van 00.30 uur werd vastgesteld, gaf de doorslag dat er nog niet van zou worden afgeweken. Wel werden duidelijk initiatieven aangedragen die tot verbetering van overleg en mogelijkheden zouden kunnen leiden.

‘De JS eisen in die brief, maar er valt niets te eisen. Het is een democratisch genomen besluit,’ aldus Buiteman (VVD) die de spits afbeet. Niettemin bleek hij een voorstander om het beleid te herzien. ‘Als we de regels niet veranderen weten we ook niet of het beter zal worden. Dan hebben we ook geen zekerheid. Met het huidige sluitingsuur kan het ook fout gaan. Men zoekt bovendien zijn heil elders en dat is ook oneerlijke concurrentie. Er zijn mensen die zeggen: ‘We kunnen ze toch niet thuis houden. We hebben ze liever laat thuis uit de stad dan laat elders vandaan. Bovendien is onze politie capabel genoeg om op te treden’.

In tegenstelling met de VVD sprak Hamhuis (CDA) die zich achter het beleid van het college kon scharen. Wel had hij enkele opmerkingen. Bijvoorbeeld over de geluidshinder en de geluidsbegrenzers die nog niet overal zouden zijn aangebracht. ‘Waarom wordt dat niet met kracht ter hand genomen, bij andere bedrijven worden de bepalingen toch ook streng nageleefd en gecontroleerd?’ De indertijd genomen maatregelen noemde het CDA geen betutteling maar een bescherming van andere burgers.  ‘Er is geen enkele aanleiding voor een langere openingstijd voor de horeca, dan komt de stroom toch weer op gang. We zijn wel voorstander van een soepeler ontheffingsbeleid. In een selectief beleid zien we geen heil want dan gaan we het alcoholtoerisme binnen de gemeente krijgen.’

Voor de PvdA zette Zuidema de zaken vanaf 1979 nog eens op een rijtje. ‘We betreuren het nog altijd dat ook ander bedrijven, zoals in het buitengebied, er bij zijn betrokken. Maar de overleggroep heeft ook geen duidelijke taakstelling meegekregen. De problemen zijn in hoofdzaak veroorzaakt door jongeren van buiten Hardenberg en die doen het nu elders. Maar er is nog nooit een analyse gemaakt van de problemen en hun oorzaken. De bareigenaren kunnen toch ook een eigen tapbeleid voeren? Ook is het jammer dat we feitelijk in die overleggroep niet de consument, in hoofdzaak dus de jongeren, hebben betrokken.’ Zuidema zou graag een verschil zien in het beleid dat geldt voor de stad en het buitengebied, ook in samenwerking met de overleggroep. ‘We moeten niet terug naar dezelfde situatie, de woonfunctie van het centrum moet wel overeind blijven’.

Pouwels (GPV) vond het niet nodig om het beleid te herzien. ‘Het ging om de overlast en de woonfunctie en we zijn dankbaar dat het beleid heeft geholpen en de rust is teruggekeerd. Maar bovendien heeft de overheid toch ook de taak een ontmoedigingsbeleid voor de alcohol te stimuleren. Als gemeente hebben we een verantwoordelijkheid die dan door andere gemeenten kan worden overgenomen. Ik vind het jammer dat deze brief er zo ligt, dit bevordert het alcoholgebruik’.

De tijden zijn niet zodanig veranderd dat er iets nieuws verwacht kan worden. Dat was een van de conclusies van burgemeester mr. L. van Splunder in zijn antwoord op de reacties van de verschillende partijen in de raad bij de behandeling van de nota inzake het horecasluitingsuur. Geen van de politieke partijen, met uitzondering van de VVD, zag het zitten om dat sluitingsuur van 00.30 uur te veranderen. ‘Het is mij overigens opgevallen dat niemand heeft gepleit voor meer vrijheid van de horecaondernemers om zelf dat sluitingsuur te bepalen. Gelukkig niet’. De heer Van Splunder zette uiteen dat de verantwoordelijkheid niet af te wentelen is op de schouders van het bedrijfsleven. ‘Ik zou het schitterend vinden als we zo met elkaar konden leven dat iedereen in volle vrijheid zou kunnen genieten. Maar het kan nu eenmaal niet. Het was een jarenlange overlast en terreur, maar het is en was niet te zien of het nu wel of geen mensen waren uit Hardenberg.

Natuurlijk, de politie kent er wel enkelen. Tien jaar lang hebben we een liberaal beleid gevoerd met een sluitingstijd van 02.00 uur en een royale ontheffingsmogelijkheid. Maar veronderstel dat we terugkeren naar de oude situatie. Als het uit de hand loopt moeten we weer optreden en moeten we terug-naar-af.  Je zult maar politieman wezen om met zo’n beleid de straat weer op te moeten’.

De burgemeester ging ook nog in op de vragen van de raadsleden. Voor wat betreft de geluidsbegrenzers zei hij, dat dit via de wetgeving ingevoerd moet worden. Er zijn inderdaad enkele bedrijven waar ze nog niet zijn aangebracht en er is nu een modelverordering in ontwerp om de voorwaarden voor een muziekvergunning aan te passen. Een selectief beleid zag de burgemeester niet zitten, ondanks enkele vragen uit de raad.

‘Ik vecht tegen een beleid van willekeur’. Van Splunder betreurde, met Zuidema (PvdA), het dat de overleggroep geen betere taakstelling heeft gekregen. ‘In die groep werd telkens gevraagd naar verruimingsmogelijkheden voor de sluitingstijden en om gesprekken met de burgemeester of de raad. Maar nooit is er een enkel initiatief uit die groep gekomen. Het zou misschien beter zijn als deze groep geherstructureerd zou worden met mensen uit bredere lagen van de bevolking’.
In tweede termijn kwamen nog enkele sprekers terug op het onderwerp. Buiteman (VVD) pleitte voor een enquête onder de horeca-ondernemers. Hij zou graag weten wat zij nu eigenlijk willen.

Zuidema zag een enquête niet zo zitten. ‘Het werken daarmee is niets, een handige prater kan daar alle kanten mee op. Maar ik pleit voor een selectief beleid, zeker waar woon- en uitgaansfunctie met elkaar in botsing komen. Er moet ook een duidelijk signaal naar de overleggroep gaan vanuit de gemeenteraad. Ik blijf wel pleiten voor een andere aanpak maar sta voorlopig nog wel achter het collegestandpunt’.

CDA-woordvoerder Hamhuis vond de zaak feitelijk niet zo urgent en zag liever dat het door de nieuwe gemeenteraad na 8 september behandeld zou worden. ‘Maar de overheid moet het ontmoedigingsbeleid van het alcoholgebruik toch ook stimuleren’. De burgemeester zag niets in de enquête zoals Buiteman die voorstelde. ‘Sinds 1979 hebben de mensen tijd genoeg gehad om initiatieven te nemen. Wel ben ik bereid om in de commissie Algemene Zaken me te buigen over het signaal naar de werkgroep en de rechtsgelijkheid. Maar ze moeten niet bij voorbaat gaan hameren op een sluitingstijd van twee uur. En ik zal geen initiatief nemen voor een werkgroep nieuwe stijl.’ Zuidema trok de slotconclusie en toonde zich zeer tevreden. ‘Het is een nieuw spoor dat we zijn opgegaan.’

Alleen praten over latere sluitingstijd heeft geen zin.

De heren Zuidema (PvdA) en Buiteman (VVD) hebben gisteravond in de raad gepleit voor verruiming van de barsluitingstijd. ‘Het college vindt dat er geen zekerheid is dat er geen overlast meer zal worden veroorzaakt. Maar hoe kan men hier achter komen als men het niet eens probeert de bars langer open te houden?’ aldus de heer Buiteman. Hij betoogde dat door de overlast bij enkele bars ook andere bedrijven vroeger moeten sluiten. Hij noemde dit onredelijk.
De VVD-er wees er op dat bij milieuzaken geldt dat de vervuiler betaalt en dat dit ook zou moeten gelden in deze kwestie, namelijk de veroorzaker betaalt’. Hij pleitte voor een later sluitingsuur, vooral nu het voor veel bedrijven steeds moeilijker wordt.

‘Ik heb ook ouders gesproken die zeiden, ik heb liever dat ze later thuis komen uit een café in Hardenberg dan uit een café uit een andere plaats. Je kunt ze toch niet thuis houden’. Hij pleitte voor een enquête over deze zaak. De heer Zuidema constateerde dat het alcoholgebruik per hoofd van de bevolking nog steeds stijgt. Hij zei dat overheidsmaatregelen niet veel zullen uithalen omdat de oorzaken niet worden weggenomen. Ook hebben wij nagelaten een analyse te maken van de oorzaken van de overlast.

Hij deed het voorstel om:

  1. Barbezoekers in de bestaande overleggroep op te nemen
  2. Het maken van een ondescheid tussen het centrum en het buitengebied
  3. Het plegen van een onderzoek naar de oorzaken en de mogelijkheden om overlast te voorkomen.

GPV-er Pouwel wees er op dat destijds de maatregelen wel tot effect hebben geleid. ‘De overheid heeft de taak een ontmoedigingsbeleid te voeren want alcohol is een groot kwaad’, zei hij. Burgemeester mr. L. A. van Splunder memoreerde dat Hardenberg 10 jaar lang in de regio een unieke plaats heeft ingenomen met een ruim sluitingsuur.

De suggestie van de heer Buitenman om een enquête te houden wimpelde hij af. ‘Een enquête geeft nog geen goed beeld wat de gemeente wil’. Het hanteren van 2 sluitingstijden achtte hij juridisch onmogelijk. De raadsvoorzitter zei dat er alleen een mogelijkheid is als men weer terugkeert naar de oude regeling, waarbij de burgemeester weer ontheffing kan geven. ‘Ik kom dan wel in een willekeurpositie terecht, zei hij. Hij voegde er aan toe dat de horeca alleen maar in de overleggroep spreekt over verruiming van de sluitingstijd en niet met andere voorstellen is gekomen. Hij zei ook wel te weten dat er in de gemeente Coevorden een ontheffingsbeleid van geval tot geval wordt gehanteerd.

De heer Zuidema stelde dat een scheiding van gebieden mogelijk is door dit via de politieverordening te regelen. Dat de horeca niet met andere voorstellen is gekomen is volgens hem te wijten aan het feit dat de exploitanten niet duidelijk is geworden welke vrijheid ze in de overleggroep hebben. ‘Destijds hefft de raad in een stress-situatie gehandeld en toen maatregelen genomen in de repressieve sfeer’.  Hij zei dat is nagelaten om de oorzaken te onderzoeken. Hij pleitte voor een overleggroep nieuwe stijl. Burgemeester van Splunder antwoordde hier wel voor te zijn maar hiertoe geen initiatieven te nemen. Hij vond dat de horeca hier mee moet komen.